12 december Kerstconcert Huygens Consort

12 december Kerstconcert Huygens Consort

Huygens Consort brengt sfeervol kerstconcert in Grote kerk Epe. Op donderdag 12 december geeft het Huygens Consort een kerstconcert in de grote kerk van Epe. Het vocale kwartet neemt u mee op een lees meer:

14 december Kerstkraam gezamenlijke ZWO-commissies

14 december Kerstkraam gezamenlijke ZWO-commissies

Kerststukken ZWO  Ook dit jaar staat de kerstkraam van de gezamenlijke ZWO-commissies (Goede Herderkerk, Regenboogkerk en Grote Kerk) weer bij de ingang van de Grote Kerk aan de Hoofdstraat en lees meer:

  • Zaterdag 7 december 'Festival of Lessons and Carols'

    Zaterdag 7 december 'Festival of Lessons and Carols'

  • 12 december Kerstconcert Huygens Consort

    12 december Kerstconcert Huygens Consort

    Huygens Consort brengt sfeervol kerstconcert in Grote kerk Epe. Op donderdag 12 december...

  • 14 december Kerstkraam gezamenlijke ZWO-commissies

    14 december Kerstkraam gezamenlijke ZWO-commissies

    Kerststukken ZWO  Ook dit jaar staat de kerstkraam van de gezamenlijke ZWO-commissies...

Advent: Gesmokkelde vogels

Een verhaaltje van de Uruguayaanse journalist en schrijver Eduardo Galeano:
(dat ik ooit tegen kwam en heb vertaald uit een Duitse Adventskalender)

In de tijd dat Uruguay een militair regime kende (eind jaren zeventig, begin jaren tachtig), mochten politieke gevangenen niet zonder toestemming praten, en ook niet fluiten, lachen, zingen of andere gevangenen groeten. Ook mochten ze geen afbeeldingen ontvangen van zwangere vrouwen, stelletjes, vlinders, sterren of vogels. Kennelijk was er niets toegestaan wat op enige manier hoop kon geven...
Didako Perez was iemand die destijds vanwege ‘ideologische ideeën’ opgesloten zat. Op een zondag wilde zijn vijfjarige dochter Milay hem bezoeken en ze had een mooie zelfgemaakte tekening van een vogel voor haar vader meegebracht. Maar bij de ingang van de gevangenis werd die door de bewakers verscheurd.

De volgende zondag kwam Milay met een nieuwe tekening, met daarop bomen. Bomen waren niet verboden en deze plaat mocht naar binnen. Didako bekijkt en prijst de tekening van zijn dochter, en vraagt dan wat eigenlijk die kleine kleurige stipjes boven in de boom moeten voorstellen, nauwelijks zichtbaar tussen de bladeren: “Zijn dat sinaasappels? Wat voor vruchten zijn het?” Het meisje houdt een vinger voor haar mond en zegt zachtjes ‘ssst.’ Dan fluistert ze in zijn oor: “Ben je gek? Zie je niet dat het ogen zijn? Het zijn de ogen van de vogels tussen de takken – zo heb ik ze voor je naar binnen gesmokkeld!”

Mooi toch? Juist voor advent, zou ik zeggen.

Een gevangenis waar alles verboden is wat maar hoop kan geven…
Soms lijkt het wel alsof het in deze hele wereld net zo werkt: alsof er vooral geen aandacht mag zijn voor tekens van hoop, geen ruimte gegeven mag worden aan dat wat inspireert en opwekt. Denk maar aan de nieuwsfeiten die gewoonlijk het nieuws halen: schijnbaar is het een en al ellende in de wereld.
Net zo kan het ook in je eigen leven gemakkelijk gebeuren dat je aandacht helemaal wordt opgeslokt door de dingen die zorgelijk, verdrietig of op nog andere wijze rottig en negatief zijn. En als het gaat om de situatie van kerk en geloven kunnen teleurstelling en bange vooruitzichten gaan overheersen. Want in de samenleving bemerk je de nodige afkeer, misplaatste arrogantie en vooroordelen met betrekking tot geloof; en dichter bij huis kunnen concrete zorgen je bekruipen over de toekomst van onze eigen Grote Kerk-gemeente, met dingen als een onevenwichtige leeftijdsopbouw en jaarlijks afnemende financiële bijdragen. Zelfs een dominee denkt dan af en toe wel eens: Hoe moet dit – in godsnaam – verder?...
Kijken
Zo lijkt het soms wel alsof we met zijn allen gevangen zitten: in een kille, koude donkere wereld waarin maar moeilijk tekens van hoop binnendringen. Maar, is het ook werkelijk zo? Kijken we dan wel goed? Staat de Bijbel bijvoorbeeld niet vol verhalen die ons laten zien dat er wel degelijk tekens van hoop te ontdekken zijn? Zelfs in de meest uitzichtloze omstandigheden? En is één van de rode draden van de Bijbel niet juist: bevrijding uit gevangenschap? En vertelt het verhaal van Kerst waar we nu weer naar toe leven, ons niet hoe God zichzelf in de persoon van een klein weerloos kind deze wereld binnensmokkelt? Als blijvend teken van hoop, voor wie het wil zien.
Natuurlijk, God is in deze wereld niet zomaar zichtbaar of te bewijzen. Maar misschien is het eerder alsof de Eeuwige zichzelf in het verborgen deze wereld binnensmokkelt? Pas te ontdekken voor wie het wíl zien, voor wie vérder kijkt, achter de takken, tussen de bomen (waar we vaak bijna het bos niet meer door zien…).
Geloven is zo bekeken een doorgaande oefening in kijken. Met aandacht kijken, zoeken, uitzien, om niet voorbij te gaan aan de kleine tekens van hoop die er wel degelijk zijn. Om meer en meer vogels van vreugde en inspiratie en opwekking en vrijheid te ontdekken. Trouwens, speelt in de Bijbel juist de duif niet een grote rol als teken van hoop en vrede? Een vogel als symbool van de heilige Geest als de werking van God in mensen en in deze wereld!

Advent
De Adventsperiode gaat dan ook om veel meer dan een sentimenteel wachten op ‘de geboorte van het kindje Jezus’. Advent is een tijd om de komst van God in onze wereld daadwerkelijk te verwachten. Als de Eeuwige zich verborgen binnensmokkelt in ons bestaan en onze wereld, te ontdekken in elk sprankje hoop - dan is het aan ons om in het leven van alle dag daar steeds opnieuw naar uit te zien. Om ons te oefenen opmerkzaam te zijn, om met aandacht te kijken, te blijven speuren, uitzien naar datgene waarin iets van God te ontdekken valt.
Zo bekeken is Advent niets minder dan een oefening in geloof. En voor deze Advent wens ik eenieder toe, dat je steeds beter zó leert zien, dat je meer en meer van zulke vogels in de ogen mag kijken!
En mijn wens voor de kerk daarbij: dat we mogen worden als een kind: als een vijfjarig meisje dat in deze wereld een boodschap van hoop meebrengt, die van buiten komt. En daarbij dan zachtjes in je oor fluistert en aanwijst hoe je moet kijken. Een kerk die zo mensen op het spoor zet om vogels van vreugde, inspiratie, hoop en vrijheid te ontdekken. Mooi beeld toch?

PS. 1 - Dit zet de voor velen geliefde hobby van ‘vogels kijken’ ineens ook in een heel ander licht. Ik zou wel benieuwd zijn of die in de ervaring van vogelaars misschien ook wel raakvlakken heeft met spiritualiteit en geloof.
PS. 2 - Geloven lijkt dus op vogels kijken. Als sommige mensen gelovigen soms zouden willen aanduiden als mensen die ‘ze zien vliegen’ - dan slaan ze dus eigenlijk de spijker op de kop!...

                                                                                                           Ds. Jelbert Versteeg
Vogelsang

Eén van de uitstapjes die we tijdens onze vakantie in de Noord-Eifel maakten, was naar een imposant, groots complex in een prachtige omgeving. Gelegen tegen en bovenop een hoge heuvel, omgeven door pure natuur, met schitterend uitzicht op een lager gelegen meer en de hele wijde omtrek. Het geheel bestond uit meerdere gebouwen, maar alle gebouwd in één bijzondere stijl, een soort moderne architectuur van strakke, robuuste kasteelbouw. Behalve een aantal grote centrale gebouwen met een toren, omvatte het complex ook diverse gebouwen voor verblijfs- en slaapvertrekken, een buitentheater, een sportveld en een zwembad. Het was namelijk gebouwd als opleidingscentrum. Daar wandelend in het zonnetje, met dat uitzicht voor ogen en idyllisch vogelgezang in de oren, maakte het geheel grote indruk op ons.

Imponerend was het dus, maar ook beklemmend; en het vogelgezang bleek bij nader gehoor eerder schril dan idyllisch. We brachten namelijk een bezoek aan de zogenaamde ‘Ordensburg Vogelsang’: een opleidingscentrum dat in de 30-er jaren gebouwd is door de nazi-partij, met als doel daar de meest talentvolle en geschikte jongeren op te leiden tot de toekomstige elite van hun gedroomde Rijk. Jongeren van vaak heel gewone komaf die opeens belangrijk werden en een buitengewone kans geboden kregen op een voorname carrière binnen de partij… 
Naast andere indrukwekkende en afschuwelijke dingen in de tentoonstelling, trof mij met name ook de tekst uit een aldaar gehouden college in het kader van de lessen ‘rassenkunde’. Hoe er over mensen, kerk en christendom gedacht werd, mij liet het niet koud:

Op het gebied van de ontwikkeling van al het zwakke en zieke leven is er één instantie die daaraan een schuld draagt, zo groot als die nergens anders in Duitsland bestaat: dat is de kerk. Eeuwenlang heeft de kerk de zieke en zielige mensen vertroeteld.”

“Dat zo’n kerk nooit een selectie van bekwamen in Duitsland kan voortbrengen, dat zo’n instantie altijd weer de ongeschikten hoogacht, altijd weer de zwakken en de ellendigen en de verdorvenen aantrekt, en hun recht op leven geeft, dat zou toch voor iedereen duidelijk moeten zijn.” 

“Grote mensen, Herrenmenschen, zoals de Germanen dat nu eenmaal van huis uit zijn, zijn alleen daardoor te vernederen, door in hen het zieke op te kweken en er op een dag voor te zorgen dat het zieke over het gezonde zegeviert.”

“En dan moeten we wel zeggen dat de kerk er sinds eeuwen in geslaagd is om het aanzien van ons volk langzaam te veranderen. Door de eeuwen heen heeft de kerk zo in ons volk een heel bepaalde selectie doorgevoerd, die van de soort van armzaligen, ellendigen, van zwakken en zieken, van ondergeschikten, van beklagenswaardigen, en heeft op die manier ons volk langzaam in een richting gedreven, die ons niet langer onverschillig kan laten.
Maar precies op het juiste moment, mijn kameraden, zijn wij nog net gekomen. En wat ons allereerst te doen staat, is de selectierichting in ons volk weer te veranderen. Wat wij moeten doen, is dit ene: tegenover het zieke moeten wij het gezonde plaatsen, […], wij moeten het medelijden uitroeien door de kracht van de zelfstandigheid, wij moeten de knechtenmentaliteit verruilen voor de Herenmentaliteit, het ‘Herrentum’.”
“In dit streven willen wij sterk zijn en willen wij ons eindelijk eens van dat gevoel van medelijden bevrijden. En al mogen anderen razen en schreeuwen; wij weten dat bij deze strijd God met ons is. Wij hebben in ons de zalige zekerheid dat niet wij handelen in strijd met de wetten van God als we dat doen wat ik zonet zei, maar dat die anderen al duizenden jaren indruisen tegen de ware wetten van God. En wij zullen verder strijden in deze zalige zekerheid: met ons en onze strijd is de voorzienigheid. Met ons en onze strijd is waarlijk de eeuwig scheppende kracht van het universum. Met ons en onze strijd is in waarheid God. Heil Hitler!”
Tja. Zo was het dus echt. Daarmee ook typisch voor die tijd natuurlijk, we weten er van, niets nieuws op zich. Maar om zo te lezen toch wel schokkend wat mij betreft. En niet alleen met het oog op ‘toen’, ook nu geeft zo’n tekst te denken. Over ziek en gezond bijvoorbeeld. Of over kracht en kwetsbaarheid, over medelijden en afkeer.
In elk geval geeft het maar aan dat het christelijk geloof niet per se een vanzelfsprekende, algemeen aanvaardbare menselijke boodschap bevat. Bovendien blijkt ook hier maar weer dat God werkelijk voor ieder karretje gespannen kan worden. Dat is iets om in alle tijden bewust van te zijn en te blijven. Ook nu. Zeker als kerk. 
Laat zo’n tekst ons dan maar lang naklinken in de oren, als schril vogelgezang dat ons wakker houdt…

                                                                                                                      Ds. Jelbert Versteeg

Happy Family
Ik had in juni een familieweekend. Het was ter ere van het 50-jarig huwelijksjubileum van mijn ouders. Een bijzonder moment natuurlijk, iets om dankbaar voor te zijn. En we hadden met ouders, kinderen en kleinkinderen een mooi weekend met elkaar, in Friesland. Maar ik raakte erdoor aan het denken over familie in het algemeen. 
Familie is een groot goed. En soms ook een grote last. Elke familie kent zijn eigen gewoonten, eigenaardigheden, dynamiek en rolverdelingen. En het is waar, wat nogal eens gezegd wordt: Vrienden zijn je eigen keuze, maar je familie heb je niet voor het uitkiezen. Je familie is je familie, of je wilt of niet. Voor de één voelt dat heel warm en loopt het als vanzelf, voor een ander alles behalve dat. In hoeveel families komt het niet voor, dat er sprake is van ruzie, verkilde verhoudingen, onderlinge verwijdering? Niet elke familie is een happy family. Familie kan ook heel moeizaam, ingewikkeld, pijnlijk of ronduit onveilig zijn. Dat is dan extra pijnlijk en indringend, omdat het je familie betreft. Niet zelden heeft een mens een leven lang nodig om juist familiedingen te verwerken. 

Familie en Jezus
Jezus maakt het er wat familie betreft niet makkelijker op. Als we naar het evangelie van Lucas kijken, dan laat Jezus zijn eigen moeder en broers rustig buiten staan, als die hem willen spreken (Lucas 8:20). Op zijn minst eigenaardig. En wat moeten we er van denken, als Jezus zegt dat hij verdeeldheid komt brengen? ‘De vader zal tegenover zijn zoon staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegenover haar moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.’ (12:53) Het klinkt mij niet meteen sympathiek in de oren. Maar aan de andere kant, misschien wel realistisch. Was vroeger - en is nog steeds? - niet juist het geloof een heikel punt binnen families? Dan is dit misschien soms best herkenbaar?
En dan zegt Jezus ook nog ‘Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn’ (14:26), terwijl verderop de geboden van groot gewicht blijven, waarbij Jezus ook dit aanhaalt: ‘toon eerbied voor uw vader en uw moeder’. 
Je kunt er veel vragen bij stellen, maar al met al roept dit bepaald niet het ideaalbeeld op van een harmonieuze, happy family… 

De kerk als familie?
De verhouding tot familie wordt er met Jezus op deze manier dus niet zomaar eenvoudiger op. Toch valt juist de kerk te vergelijken met familie. Worden juist in de kerk mensen niet aangesproken als elkaars zusters en broeders? Maar ook bij de kerk gaat het dan niet persé om een ‘happy family’. Ook binnen kerken kan er gedoe zijn, wrijving, verschil van mening, machtsverhoudingen, onuitgesproken verwachtingen, etc. Hoe naar dat ook kan zijn, het is eigenlijk ook niet meer dan logisch, want in de kerk hebben we nu eenmaal te maken met mensen. Mensen die flink kunnen verschillen, en toch bij elkaar horen en het met elkaar moeten zien uit te houden en te rooien. Dat vind ik dan ook juist voor de kerk als familie een waardevol besef: dat je je familie niet voor het uitkiezen hebt. De kerk is geen clubje voor gelijkgestemden, het is veel breder dan dat: het gaat om het idee dat je er nu eenmaal allemaal bij mag horen, hoe verschillend ook. Juist zo ben je aan elkaar gegeven. Hoe lastig dat soms is. De kerk als familie is zowel gave als opgave.

Familie als oefening
Maar ook de kerk als familie is daarmee geen doel op zich. Veeleer zou ik zeggen dat het ‘zuster en broeder-zijn’ zich nog veel verder uitstrekt dan de kerk alleen. De kerk is veeleer de plaats om steeds weer te oefenen al je medemensen zó te bezien: als broeders en zusters! Want elke keer als we het in de kerk spreken van God als liefdevolle Vader of als levengevende Moeder, dan bepaalt ons dat bij de verwantschap die we als mensen allemaal met elkaar hebben. We oefenen in de kerk dus niet alleen om elkaar, maar ieder mensenkind te zien als een kind van God! Dan vormen we als mensheid ten diepste één grote familie.
Misschien relativeert dat dan toch ook een beetje het belang van je eigen familie. Als je fijne familie hebt, is dat heel mooi. Maar als dat niet zo is, bedenk dan dat je familie groter is dan dat. Veel groter. 
                                                                                                                                                                                   Ds. Jelbert Versteeg



Licht door de ramen

Die ramen in de kerk! De lichtval! Wat mooi is dat toch, als zonlicht zachtjes door de glas-in-lood ramen valt. 
Een mild soort licht, dat op tijdloze sobere muren en onbewogen pilaren, plotseling kleur doet oplichten. Alsof het licht de kerk tot leven laat komen.
Misschien zijn de ramen wel de grootste rijkdom van de kerk? Zelfs wie niets maar dan ook niets met de kerk heeft, moet daar toch wel de schoonheid van zien.

Maar misschien staan juist die ramen ook wel symbool voor wat de kerk zelf is? Zoals een raam een opening is, waardoor licht naar binnen kan vallen, zo kun je ook de kerk zelf zien als een venster: een plek in deze wereld die een opening biedt, zodat ‘van buiten af’ licht over het bestaan wordt geworpen. Een mild licht, dat plotseling onvermoede kleuren laat oplichten. Licht in allerlei schakeringen, dat toont hoe veelkleurig het leven is. Weldadig licht ook, waarin mensen glans en kleur krijgen als het op hen landt. 
Inderdaad, de kerk als venster, bij uitstek de plek waar we ons leven kunnen zien ‘in een ander licht’! 

Bron van licht
Ondertussen heeft dat licht natuurlijk iets te maken met God. Maar met het woord ‘God’ staat nog niet vast over wie of wat we het dan hebben. Wie kan rechtstreeks in de zon kijken? Geen mens. Zo heeft niemand ooit God, de lichtbron zelf, gezien. Juist daarom zijn die vensters zo belangrijk. Want als het om God gaat, zijn we aangewezen op het licht dat als het ware door vensters valt. Indirect, gefilterd licht dus. Maar waar we dat licht zien oplichten, waar het licht ons raakt, dat is waar we iets van de Lichtbron ervaren. 
In die zin kun je Jezus ook een venster noemen. Hij is één van de, of voor vele gelovigen, dé belangrijkste vindplaats van Gods licht. In hem licht het goddelijke licht op, het straalt als het ware van zijn gezicht af. In de tweede brief van Paulus aan de Korintiers staat daarover een mooie tekst: ‘De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.’ (2 Korintiërs 4:6). Jezus als mens met de uitstraling van Gods licht. Een venster op God.

De zon wil ook door kleine raampjes schijnen 
Zo lijken het vooral in het oog springende vensters als de kerk en Jezus waardoor goddelijk licht valt. Echter, hebt u wel eens gehoor van dit fraaie gezegde: ‘de zon wil ook door kleine raampjes schijnen’. Zo is het maar net. Slechts één klein raampje kan soms juist al heel waardevol zijn. Het mooie is, dat dit ook geldt als het gaat om een venster voor Gods licht. En zo’n klein raampje is dan heel dichtbij te ontdekken. Héél dichtbij. Wordt er in die tekst uit 2 Korintiërs niet ook dit gezegd? ‘God (…) heeft in ons hart het licht doen schijnen’. Ook je hart is een venster waarlangs het licht van God naar binnen kan vallen. Niet voor niets is geloven voor veeI mensen een zaak van het hart. Maar komt gelovig leven dan niet vooral aan op de levenskunst om in alle drukte dat venster van het hart open te houden? Is dat niet vaak het moeilijkste? 

Gelukkig toch, dat er dan een kerk is. Al is het alleen al om het licht dat zo mooi door de ramen valt. Daar gaat je hart toch weer van open? 

(En goed om dan te weten dat je de Grote Kerk veel vaker binnen kunt lopen dan alleen op zondag!)
                                                                                                                                                       Ds. Jelbert Versteeg



Deze meditatie bevat foto's. Daarom staat het in een PDF-bestand.
Klik hier.
Het sprookje van God en de wolf 
Er was eens… een tijd waarin mensen bij het woord ‘wolf’ vooral dachten aan een vervaarlijk fantasiedier uit een sprookje als Roodkapje, in plaats van een echt levend wild dier dat je in eigen omgeving tegen zou kunnen komen. Die onbezorgde tijd kwam ten einde toen de wolf wel degelijk een echt dier bleek te zijn, dat zich nota bene vlak bij ons in de buurt bevindt! En hoe: een vrouwtjeswolf, met de onuitsprekelijke naam GW998F, blijkt zich permanent te hebben gevestigd op de Noord-Veluwe. In onze directe omgeving dus als Epenaren! Niet dat een gewoon mens die wolf snel zal zien, want het is een schuw beest naar men zegt. Een wolf houdt zich vooral verborgen. De aanwezigheid van een wolf is dan ook vooral te merken aan de sporen die ervan te vinden zijn.
Is het met God voor sommige mensen niet net zo? Dat is toch ook een soort sprookjesfiguur, waar je echter voor het echte leven niet mee moet aankomen? Maar wie weet dat, net als met de wolf, ook Gods aanwezigheid nog eens meer kan blijken te zijn dan een sprookje? Inderdaad, ook God wordt niet snel zomaar gezien. Ook God is immers ‘in het verborgene’, zoals zelfs Jezus zelf zegt. Maar wie zegt dat God, die met JHWH ook een onuitsprekelijke naam draagt, niet ondertussen wel degelijk al vlakbij kan zijn? Misschien geldt ook voor God dat je diens aanwezigheid niet zomaar waarneemt, maar zich vooral laat ontdekken via sporen?
Voor sommigen gaat de vergelijking misschien nog wel verder. Tenminste, heel wat mensen lijken soms een beeld van God te hebben als een Grote Boze Wolf: een angstwekkende figuur om rekening mee te houden, over wie verteld wordt om mensen de nodige schrik aan te jagen zodat ze vooral braaf leren luisteren naar wat volwassenen vertellen. 
Dan wordt het toch tijd om de beeldspraak radicaal om te draaien. God een wolf? Juist in de Veertigdagentijd naar Pasen komt God in het verhaal over Jezus heel anders naar voren. Als we God werkelijk met een dier willen vergelijken, dan het tegenovergestelde van een wolf! Eerder een sullig, weerloos dier als een ezel: God zelf als de sjokkende ezel die Jezus gedienstig op zijn rug richting Jeruzalem draagt. Of denk aan een schaap, een onschuldig lam dat zich mak naar de slachtbank laat leiden. In de woorden van Jesaja: ‘Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders, deed hij zijn mond niet open.’ (Jesaja 53:7)

Nee, dan is niet God, maar veeleer de mens zélf de wolf. Gelden niet alle slechte eigenschappen die de wolf toegedicht worden, minstens zozeer de mens? Doortrapt en zelfzuchtig en tot gruwelen in staat. Inderdaad: Homo homini lupus – de mens is een wolf voor de mens. Jezus waarschuwt zijn volgelingen er voor, en verwacht van hen iets anders: ‘Bedenk wel, ik zend jullie als schapen onder de wolven.’ (Matteüs 10:16)
Of met een echte wolf in onze omgeving alles goed zal verlopen, is afwachten. Schapenhouders zijn er bepaald niet gerust op, zij weten waartoe een wolf in staat is. De hoopvolle beeldspraken van Jesaja lijken dan wat al te rooskleurig. Maar zouden we die ook mogen toepassen op de verhouding tussen mens en God, en mensen onderling - wie dan ook het schaap is en wie de wolf: 
Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam (Jesaja 11:6)

Wolf en lam zullen samen weiden (Jesaja 65:25)

Een sprookjesachtig einde, maar dan wezenlijk: ‘en ze leefden nog lang en gelukkig….’
                                                                                                                                                                          Ds. Jelbert Versteeg

De regenboog als vlag die de lading dekt

Wie heeft er vorige maand niet iets meegekregen van de ophef naar aanleiding van de zogenaamde ‘Nashville-verklaring’? Dat is een gezamenlijke verklaring over zogenaamd ‘Bijbelse seksualiteit’ vanuit streng orthodoxe hoek van de kerken, vanwege hun zorgen over de staat van het huwelijk en de hele hedendaagse cultuur. Men beweert hierin bijvoorbeeld ‘dat het zondig is om homoseksuele onreinheid of transgenderisme goed te keuren. Wie deze wel goedkeurt wijkt fundamenteel af van de standvastigheid die van christenen verwacht mag worden en van het getuigenis waartoe zij geroepen zijn.’ 
Vele mensen die in hun levensweg al pijn en moeite genoeg hebben ervaren om wie ze zijn, voelden zich hierdoor nog weer eens keihard afgewezen en weggezet. Heel triest.

Bovendien spreekt men in die verklaring ook meteen maar uit dat dit ‘geen zaak is, waarover getrouwe christenen onderling van mening mogen verschillen.’ Oftewel, met doet het voorkomen of alleen zij het ware christelijke geloof vertegenwoordigen. Dat dát de enig geldende norm is, en dat gelovigen of kerken die het daar niet mee eens zijn, eigenlijk maar slap en afgedwaald zijn van de rechte leer. Alsof je, als je er anders over denkt, je eigenlijk niet eens christelijk mag heten.
Dat zit mij wel dwars. Want natuurlijk mag (en ik zou zelfs zeggen moet) je daar wel degelijk over van mening verschillen, en dat maakt je heus niet tot een minder ‘getrouwe’ gelovige of christen. Het betekent alleen dat je anders om gaat met de Bijbel – en dat heel bewust en op goede gronden.

Daar komt bij dat in deze tijd toch al breed het idee leeft dat ‘geloof’ vanzelfsprekend als achterlijk en achterhaald weggezet kan worden. En dat ‘kerk’ per definitie discriminerend uitpakt voor seksuele minderheden. Dat dat een beeld is dat vanuit het verleden kleeft aan de kerk, is, hoewel voor een deel begrijpelijk, toch al jammer genoeg. Maar die verklaring versterkt dan nog eens dat negatieve en wereldvreemde beeld, alsof ze voor alle kerken en gelovigen spreekt! Terwijl er tegenwoordig door vele gelovigen en kerken heel anders tegenaan wordt gekeken.

Daarom vind ik het daartegenover heel belangrijk om te laten zien en horen en vooral ook merken dat geloven wel degelijk ook heel anders kan. Dat je ook anders met de Bijbel kunt omgaan, of eigenlijk moet omgaan, dan hoe men dat in die verklaring doet. En dat als je homo’s en lesbiennes en transgenders als kerk ronduit accepteert - dat dat niet slap is, maar juist uit overtuiging over wat de boodschap van Jezus betekent in deze tijd.
Gelukkig daarom dat in vele kerken, net als in de Grote Kerk, echt ieder mens welkom is. Zonder voorbehoud. Onvoorwaardelijk. En om dát ook naar buiten toe te laten zien en te merken, heeft daarom die week ook een aantal dagen de regenboogvlag aan de Grote Kerk gehangen. Als vrolijk tegenwicht tegen zo’n verklaring. Als vlag die de lading dekt.

Ds. Jelbert Versteeg

Eerdere meditaties uit Klankbord

Januari 2019  Goed voornemen voor een nieuw jaar leven: vruchten           (bij Lucas 3: 7-14) 
Zo richting halverwege januari zijn de eerste goede voornemens voor het nieuwe jaar waarschijnlijk al weer gesneuveld. En dan toch nog iets over vruchten als een goed voornemen? Inderdaad, dan gaat dit stuk niet zomaar om een gezond ‘goed voornemen’ om in het nieuwe jaar meer fruit te eten. 
Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn!’ Dat zegt Johannes de Doper tegen de mensen, als hij ze er op wijst dat hun levensstijl zo in godsnaam niet langer door kan gaan. Het moet echt anders. 


December 2018  The Advent Adventure: het leven als een avontuur

Kort geleden viel mij opeens op dat het woord Advent grote overeenkomst heeft met Adventure, het Engelse woord voor avontuur. Terwijl het twee woorden zijn die toch een heel verschillend gevoel oproepen. Zouden er dan qua betekenis toch ook overeenkomsten te vinden zijn? Valt er iets avontuurlijks te ontdekken aan advent? 


November 2018 Mens zijn zoals een boom
(bij Psalm 1: 1-3)

1Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,


Oktober 2018 Puppy-cursus met Paulus

Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient.
(Fillipenzen 4:8)

Wij hebben sinds een paar weken een puppy. Een hoogblonde Golden Retriever en ze heet Sira. Een lief en prachtig beestje. Dat is natuurlijk hartstikke leuk, maar een puppy moet je natuurlijk wel opvoeden. Beter gezegd, die moet je trainen, want eigenlijk gaat het puur om het aanleren van gedrag. (Terwijl opvoeden iets anders is, dat doe je met kinderen, die je bepaalde normen en waarden en een wereldbeeld wil bijbrengen, zo dat ze zich die innerlijk eigen maken en daarvanuit leren om eigen keuzes te maken in het leven.)  


September 2018  God in Zwitserland

Bent u in de vakantieweken God nog ergens tegen gekomen? Wij waren in Zwitserland. En ja, God was er ook.

Hoe dan?
In het imponerende natuurschoon van beken en meren, bomen en bloemen bijvoorbeeld. (Véél bloemen, en vooral ook zoveel verschillende). 
En in de grootsheid van gebergte waartegenover je eigen kleinheid des te sterker ervaart (en waarvandaan je met afstand neerkijkt op de drukke bewoonde wereld van bewegend verkeer en krioelende mensen waardoor alles dan tegelijk heel nietig maar ook vredig oogt).  


Juli / Augustus 2018 Zeg niet

Zeg niet Vader
als jij je niet als kind gedraagt.
Zeg niet Onze
als je opgesloten zit in je egoïsme.
Zeg niet Die in de hemelen zijt
als je alleen maar aan aardse dingen denkt.
Zeg niet Uw naam worde geheiligd
als je alleen maar aan je eigen eer denkt.